Geheimhoudingsbeding in vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig?


Een werknemer die met zijn werkgever een vaststellingsovereenkomst had gesloten tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst had niet het daarin opgenomen geheimhoudingsbeding overtreden toen hij een collega mededeelde dat hij tot aan het einde van het dienstverband zou blijven werken en dat alle vakantiedagen zouden worden uitbetaald.

Een werkgever was op 30 oktober 2017 met een werknemer overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst op 1 december 2017 zou eindigen. In de vaststellingsovereenkomst waarin deze beëindiging van de arbeidsovereenkomst werd afgesproken, was een bepaling opgenomen die beide partijen verplichtte om aan derden geen mededeling te doen over de inhoud van de regeling die tussen partijen was getroffen. Op 15 november 2017 deelt de werknemer aan een collega mede dat hij is overeengekomen om tot het einde van het dienstverband te blijven werken en alle vakantiedagen te laten uitbetalen. Daarop stelt de werkgever dat de werknemer het geheimhoudingsbeding in de vaststellingsovereenkomst heeft overtreden. Vervolgens verrekent de werkgever een bedrag van € 1.000 netto met het aan de werknemer te betalen loon vanwege het verbeuren van een boete die in de arbeidsovereenkomst is opgenomen. Dat leidt tot een procedure bij de kantonrechter, waarin de werknemer betaling van het bedrag van € 1.000 vordert.
De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer toe. Naar het oordeel van de kantonrechter is de enkele mededeling dat de werknemer in het kader van een afspraak met zijn werkgever nog enige tijd bij zijn werkgever werkzaam zal zijn, nog geen overtreding van het geheimhoudingsbeding. Daarvoor zou volgens de kantonrechter vereist zijn dat de werknemer een bedrijfsgeheim prijsgeeft of dat de werknemer voor de onderneming essentiële, gevoelige informatie deelt met derden die potentieel de belangen van de onderneming bedreigen. De kantonrechter verwijt de werkgever ook dat deze zijn belang bij de handhaving van de geheimhoudingsverplichting niet duidelijk gemaakt heeft. Er was verder tussen de werkgever en de werknemer discussie over de rechtsgeldigheid van een boetebepaling. Nu de boetebepaling nog moest werken tijdens het bestaan van de arbeidsovereenkomst, moest deze volgens de kantonrechter voldoen aan de eisen van een wettelijke bepaling over de boete in de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter is van mening dat de werkgever daarbij niet heeft voldaan aan de eisen ter zake van het vermelden van de bestemming van de boete en het niet tot persoonlijk voordeel van de werkgever doen strekken van de boete.

Bron: https://www.vanzijl-advocaten.nl/juridische-producten/arbeidsrecht-actueel/geheimhoudingsbeding-in-vaststellingsovereenkomst-rechtsgeldigd.php